Category:

In de bazaar was het misbaar even kleurrijk als de koopwaren. (…) het fluwelen rood van de paprikapoeder, het zwart van gemalen peper, peperkorrels als kaviaar, gemalen gember en gemberwortel, besneeuwde bergtoppen van ruw zout, panfluiten van kaneelpijpjes, duinen van gemalen kaneel en komijn, namiddaggeel saffraanpoeder; (…)

Onzichtbare koperslagers sloegen het metrum van een ongehoord gedicht. De geur van zaagsel en citroenhout kwam als de geur van nieuwgeboren leven uit de hoek van het timmermansgilde.(…) Oude vrouwen, uit de bergen geschapen, met ingedeukte gezichten en kevelkaken, verkochten pauwenveren, gedroogde kameleons, gemummificeerde reptielen, drankjes, kruiden, (…) Het plein van de bazaar, de ontmoetingsplaats voor vliegen, waar de slagers in kramen van witte tegels vlees hakten, sneden, fileerden, ontpeesden, organen en koppen schikten op de toonbank. Aan de vleeshaken hingen halve en hele schapen, lammeren, kippen, kalkoenen, gevierendeelde ossen en koeien, landkaarten van mals rood en onverteerbaar wit. Schapenkoppen staken hun ruwe tongen uit. Afgehakte hoeven lagen op de grond (…)

Vol zelfbeklag mompelden de mannen en bezongen de misère van hun lot (…) Er zijn mensen voor wie geduld of passiviteit een soort arbeid is. Een vermoeiende arbeid zelfs, zoals viel te horen aan de vele zuchten en kreunen die de mannen uitstootten. Zij hadden drukke tijden meegemaakt toen zij, in de beregende seizoenen – maar die leken zo ver weg -, in de schaduw van de bloeiende amandels, citroenen en olijven, de vrouwen in de gaten hielden die gebogen, sommigen met baby’s in een draagzak op de rug, op het land werkten om daarna het huishouden te verzorgen.

Hafid Bouazza

Uit: Paravion
2004 Prometheus Amsterdam
Isbn 90 44603329